The Smashing Pumpkins bracht in 1991 zijn eerste plaat Gish uit. Het waren de tijden van de grunge en de Amerikanen hadden zeker dezelfde toon, maar waren toch enigszins psychedelischer in hun composities. In 1993 kwam Siamese Dream uit, één van de belangrijkste rockplaten die ooit werd gecomponeerd. De toekomst lag toen volledig open en Billy Corgan, James Iha, Jimmy Chamberlin en D’Arcy Wretzky zijn uitgegroeid tot een megaband die alle verwachtingen overtrof. Het gekke is dat The Smashing Pumpkins dan ook opeens durfde aandraven met platen zoals Lull en Pisces Iscariot die in de muzikale nevelen van de vergetelheid zijn verdwenen. In 1995 kwam opeens de dubbelaar Mellon Collie and the Infinite Sadness uit, en de band plaatste zich opnieuw op het hoogste schavot om vandaar de gouden platen met kruiwagens vol te verslepen naar hun woonplaatsen in Chicago.
Er werden nog meer lp’s uitgegeven, maar het grote momentum van de jaren negentig was onherroepelijk voorbij. Platen zoals Oceania en ATUM waren van een heel bedenkelijk niveau en sloegen allesbehalve aan bij het grote publiek. Meerdere keren werd het afscheid aangekondigd, maar het rockbloed kruipt waar het niet stromen kan en de band bleef en blijft gewoon doorgaan. Dat is dan wel zonder bassiste D’Arcy Wretzky gerekend, die geen deel meer uitmaakt van The Smashing Pumpkins. Oudgedienden James Iha en Jimmy Chamberlin zijn wel van de partij en de nieuwe plaat Aghori Mhori Mei is een feit.
Beluister gerust eens chronologisch alle platen van de band en je zal ongetwijfeld een evolutie merken. Van psychedelische grunge over keiharde stadionrock tot tierlantijntjesmuziek met synths en samplers; alle genres zijn al eens gepasseerd door het hoofd en de handen van Corgan en zijn kompanen. We vangen aan met “Edin”, een geweldige start met een cool gitaarstuk dat onder de huid kruipt. Keiharde drums en uitbarstingen van begin tot einde. Een nummer van bijna zeven minuten dat zo op Siamese Dream had kunnen staan. Powerhouse of a song! Het tweede nummer “Pentagrams” tapt uit hetzelfde stadionrockvaatje. Het zou ons niet verbazen moesten deze twee nieuwe songs ook als nieuwe startschoten dienen op de weiden en in de stadions. Voor het gemak kan zelfs “Sighommi” hier bijgeteld worden. Op de eerste drie nummers laten Corgan en de rest zien dat ze hun reusachtige rockhart nog niet verloren zijn, integendeel! Kort gesteld: alvast een héél straf begin van de nieuwe lp.
Op de volgende nummers klinkt heel erg de weerslag van de topper Mellon Collie and the Infinite Sadness door. Indien je deze plaat nog nooit zou gehoord hebben, lees dan gerust eerst de recensie door, maar zet je hoofdtelefoon nadien op het maximum om de dubbelaar eens goed door je hoorkanalen te laten stuiteren. “War Dreams Of Itself” is duidelijk een klein broertje van songs zoals “X.Y.U” of “Where Boys Fear To Tread“. Chamberlin speelt zijn drumvellen weer compleet naar de verdoemenis. Chamberlin is één van de beste rockdrummers aller tijden en dat komt gewoon omdat de man sinds zijn kindertijd elke godgeklaagde dag van ’s morgens tot ’s avonds achter zijn drumstel geposteerd zit. In principe speelt de man gewoon basisritmes maar met een opvulling waarvan de meeste slagwerkers alleen maar van kunnen dromen. De riem wordt met “Who Goes There” even afgelegd en de song is eerlijk gezegd typisch The Pumpkins, in de zin dat het een nummer is dat we direct willen skippen. “999” is dan weer eerder een lied dat volgens ons alleen Billy Corgan de moeite vindt. En dat blijft toch wel een kenmerk bij de band. Een heleboel fantastische songs worden nogal eens afgewisseld met mindere, zelfs ronduit flauwe nummers.
En hopla, daar gaan we weer. “Goeth The Fall” is opeens weer een heel cool nummer geworden, een beetje in de stijl van “1979“, maar dan een iets tragere versie. Op “Sicarus” gaan de versterkers nog eens volledig open om verwoestend uit te halen. Tenslotte is “Murnau”, het laatste nummer op de verse worp, ook weer classic Pumpkins. De band stopt zijn platen graag met een rustpunt om zo de luisteraar terug even op adem te laten komen. Het valt op dat de band teruggrijpt naar de jaren waarin het muzikale succes onevenaarbaar was. De nieuwe plaat is een teletijdmachine die gelinkt is aan de beste platen die de band uitbracht in de jaren negentig. Er staan opnieuw gitaar, bas, drums en de rauwe stem van Corgan op het programma, en zo is het gewoon goed!
The Smashing Pumpkins waren rockgoden en vielen even van hun sokkel die zich in het sterrenfirmament bevindt. Er werd door het stof gekropen, gespuwd, gevloekt en gehaat. Tranen met beken en bloed met sloten, maar opgeven is een woord dat Corgan niet kent. The Pumpkins waren wel steeds aanwezig, maar de laatste jaren eerder als schimmen, als in de steek gelaten goden in het verdomhoekje van de tempel op de Olympusberg. In het Walhalla zat de band ooit op de troon, maar werd ze weggestoten door andere opperwezens en huisde ze eerder aan het einde van de reusachtige feesttafel. De troon is echter weer voor de band, want de band durft met deze plaat in het verleden te graven om de toekomst toe te laten. Deze plaat is eindelijk opnieuw een album waar de passie van afstraalt. Het is geen sentimenteel terugkijken naar vervlogen tijden, maar eerder een nieuwe balans zoeken tussen heden en toekomst. De naald van het kompas voor deze zoektocht staat netjes naar het noorden gericht.
Facebook / Instagram / X / Website
Ontdek “War Dreams Of Itself”, ons favoriete nummer van Aghori Mhori Mei, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.